PvdA purmerend Purmerend

PVDA - purmerend - Thijs Kroese

Thijs Kroese

Thijs is het jongste raadslid van Purmerend en schrijft hier regelmatig iets op zijn weblog.

Flexibele zekerheid

De discussie over het ontslagrecht laait in de landelijke politiek regelmatig op en het is waarschijnlijk een van de punten waarover op dit moment in het Catshuis wordt gesproken. De gewone werknemer is de draad in die discussie echter al lang kwijt en ziet wel wat er op hem af komt.

Nederland staat wat de invulling van de arbeidsmarkt betreft voor een belangrijke keuze. Het in stand houden van het huidige arbeidsrecht is wat mij betreft in ieder geval geen optie. Werkgevers weten hoe het werkt en bedenken constructies om een groot deel van hun werknemers zo lang mogelijk flexibel (lees: met tijdelijke contracten) in dienst te houden. Enige vorm van bescherming of zekerheid ontbreekt voor deze werknemers. Bovendien wordt de wet verkeerd gebruikt: de wet waarin de mogelijkheid voor het werken met tijdelijke contracten werd uitgebreid had tot doel een zekere balans te creëren tussen flexibiliteit en zekerheid: enerzijds de mogelijkheid voor de werkgever om met zijn markt mee te bewegen en daarop zijn personeelsbestand aan te passen. Anderzijds moest de zekerheid voor werknemers worden gewaarborgd.

Kijkend naar die ratio, is het van belang dat het flexibel werken op een juiste manier en (dus) in de juiste branches gebruikt wordt. Schiphol en de NS stations moeten ook over vijf en ook over tien jaar nog worden schoongemaakt. Het werken met tijdelijke contracten in die branche is dan ook van de zotte. In bijvoorbeeld de ICT-branche kan ik het me beter voorstellen. Die markt globaliseert en is continu in beweging. Van werknemers mag worden verwacht dat zij meebewegen.

Daar moet dan echter wel iets tegenover staan.
Het werken met tijdelijke contracten brengt voor de werknemers immers risico met zich mee. In de zakenwereld is het gebruikelijk dat indien een investering een groter risico met zich brengt, het rendement ook stijgt. Ik zou dus pleiten voor verplicht hogere lonen voor flexwerkers.
Bovendien vind ik dat er voor werkgevers die tijdelijke contracten aanbieden meer plichten moeten zijn op het gebied van scholing en outsourcement. Een werknemer slechts tijdelijk nodig hebben is prima, maar vervolgens moet de werkgever wel bereid zijn inspanningen te leveren om de werknemer ergens anders aan het werk te krijgen. Als het flexibel werken beperkt wordt tot branches waarin dit ook nodig is, moet outsourcement overigens geen probleem zijn; zodra de ene werkgever tijdelijk geen of minder werk heeft, heeft de ander dat waarschijnlijk wel.
Ten slotte zou ik willen pleiten voor een relatief lange opzegtermijn voor flexwerkers. Dit biedt zowel de werknemer als de werkgever voldoende tijd op zoek te gaan naar nieuw werk.

Om de werkgevers tegemoet te komen zou ik in combinatie met deze regelingen pleiten voor een hervorming van het leerstuk van de proeftijd. Tijdelijke contracten zoals die thans bestaan worden immers veelal gebruikt als verkapte proeftijd van een jaar. Als de proeftijd wordt uitgerekt, is een werkgever minder snel geneigd te kiezen voor een tijdelijk (en, zoals ik hiervoor al zei, duurder) contract. De proeftijd in contracten voor onbepaalde tijd zou wat mij betreft uit twee fases kunnen bestaan.
Fase 1. de proeftijd zoals die nu is: beide partijen mogen de arbeidsovereenkomst (zonder opgaaf van reden) opzeggen binnen de termijnen die de wet daar nu al voor stelt.
Fase 2. een periode van een half jaar waarin de werkgever op grond van disfunctioneren ontslag kan aanzeggen, zonder dat daarvoor een vergunning van het UWV vereist is. Als een werknemer tegen dit ontslag protesteert dient het te worden voorgelegd aan de kantonrechter. Die moet dan bepalen of sprake is van disfunctioneren. Daarbij mag hij/zij dan minder hoge eisen stellen aan de ‘dossieropbouw’ dan thans gebeurt in reguliere ontslagzaken.

Op deze manier wordt werken met flexibele en tijdelijke krachten ruimschoots mogelijk, maar wordt dit ontmoedigd. Dit heeft als gevolg dat de wet op juiste manier wordt toegepast.

Één ding is zeker: de Nederlandse werknemers en werkgevers zijn gebaat bij duidelijkheid. Het is aan de landelijke politiek om nu een richting te kiezen.
lees meer

23-04-2012

Minimumstraffen

Bevoegdheid tot het maken van een uitzondering verlegd

Dat het in Nederland tijd is om ons straffenstelsel te evalueren staat naar mijn mening wel vast. Volgens mij vraagt het grootste deel van de burgers erom. Ook ik denk dat het tijd is voor een evaluatie. Mogelijk dat de straffen dan omhoog gaan – wat mij betreft lijkt me dat ook niet irreëel. Als ik in de krant lees hoe een pedofiel of moordenaar gestraft wordt, dan schrik ik daar wel eens van. Van belang in de evaluatie van het straffenstelsel vind ik in ieder geval dat de rehabilitatiefunctie van de straf niet uit het oog mag worden verloren en misschien nog wel moet worden uitgebreid. Liever een gevangenisstraf van 15 jaar, waarvan de veroordeelde de laatste 5 jaar langzaamaan in de maatschappij wordt teruggebracht, dan simpelweg een gevangenisstraf van 10 jaar.

Van alle opties die er na de evaluatie zijn, vind ik het invoeren van minimumstraffen misschien wel het slechtste idee. Nog los van het feit dat er talloze uitzonderingssituaties mogelijk zijn op grond waarvan een rechter een lage(re) straf zou moeten kunnen bepalen (welke redenen ik hier uiteraard niet ga uitkauwen) is er nog een reden waarom van het idee zou moeten worden afgezien. Het maken van een uitzondering wordt door het invoeren van minimumstraffen niet weggenomen, het wordt verlegd naar het OM. De ratio achter het voorstel wordt dus niet bereikt. Het OM zal vanaf de invoering van minimumstraffen zeer  zorgvuldig naar het feitencomplex en de omstandigheden van een zaak kijken, voordat het deze aanhangig maakt. Het zal terughoudend zijn in het aanbrengen van zaken, omdat het weet dat de gevolgen van een veroordeling zeer ernstig zijn, terwijl een met gezond verstand denkend mens misschien wel van mening zal zijn dat de veroordeelde die bepaalde straf niet heeft verdiend. Het OM zal vaker kiezen voor schikkingsvoorstellen en andere mogelijkheden waar recht en rechtvaardigheid weinig mee te maken hebben. Daar is volgens mij niemand bij gebaat.

Kortom: straffenstelsel evalueren? Ja. Daarbij meer aandacht voor rehabilitatie? Ja. Daaraan dan ook hogere gevangenisstraffen koppelen? Ja. Minimumstraffen invoeren? Nee!

lees meer

15-04-2011

‘The Strip’ van Purmerend

Na de raadsvergadering waarin het Woonzorgcomplex aan de orde is geweest fietste ik naar huis over de Waterlandlaan. Bert Meulenberg van de Stadspartij had in die vergadering voorgesteld binnenkort een keer een ‘Visie Hoogbouw’ op te gaan stelen, zodat discussies over hoogte van te bouwen gebouwen in de toekomst geen, althans minder, discussie zou opleveren.

Ik bedacht me dat dit een uitstekend idee is. Purmerend is een stad van 80.000 inwoners die tevergeefs dorps probeert te blijven. Purmerend moet groter denken en daarbij niet bang zijn te groeien. Niet alleen wat betreft woningen en inwoners, maar vooral ook ten aanzien van winkels en kantoren. Purmerend zegt van groei naar bloei te willen; mijn inziens kan er niet gebloeid worden als in deze aspecten niet gegroeid wordt.

Een goede invulling van die durf om te groeien zou o.a. een groot kantoorgebied zijn, in het hart van Purmerend. Een betere locatie dan de Waterlandlaan is er volgens mij niet. De Waterlandlaan heeft de potentie een prachtig mooie straat met indrukwekkende (kantoor)hoogbouw -van het ziekenhuis tot aan het stadhuis- te worden. Ik zie het al helemaal voor me, een echte Purmerendse Strip, zoals ze die in Vegas hebben (maar dan zonder Casino’s, hotels en kleine Mexicaanse mannetjes die pornoblaadjes uitdelen).

Purmerend kent relatief goedkope grondprijzen en kan voor kantoren een regiofunctie vervullen: omdat de verkeersellende pas bij Purmerend begint is Purmerend zowel vanuit het noorden als vanuit het zuiden goed bereikbaar. De kantoren zouden flinke werkgelegenheid op zowel hoog als laag opleidingsniveau met zich brengen en de vestiging van kantoren in de buurt van het centrum zorgt voor de nodige reuring.

Kom maar op met die hoogtevisie, de Waterlandlaan en ik zijn er klaar voor!

lees meer

05-04-2011 | Reageren

Contract is geen contract!

Te vaak hoor ik de kreet: ‘Tja, had je maar niet moeten tekenen’ of ‘contract is contract’. Zo simpel is het (gelukkig!) niet. In Nederland hebben we namelijk de overtuiging dat bepaalde groepen beschermd moeten worden tegen de (economische en juridische) macht van anderen. Voorbeelden daarvan zijn werknemers, huurders en consumenten.

Een leuk consumentenvoorbeeld: u sluit een abonnement van twee jaar af voor digitale TV van Tele2. Tele2 stuurt een monteur langs om alles te instaleren en komt tot de conclusie dat uw ISRA-aansluitpunt (ik hoor u denken: ‘mijn wat?’) niet geschikt is voor installatie van de Tele2-apparatuur. De monteur vertrekt zonder iets geïnstalleerd te hebben. Telefonisch contact met Tele2 leert dat de algemene voorwaarden van Tele2 – kortweg – zeggen dat het ISRA-aansluitpunt uw eigen verantwoordelijkheid is, en dat Tele2 in deze situatie geacht wordt aan haar contractuele verplichtingen te hebben voldaan. Simpel gezegd: u bent de klos, want Tele2 verwacht van u ook dat u alle verplichtingen nakomt. U moet het gehele contract van twee jaar afbetalen (zo’n € 700,-), maar TV kijken zit er niet in.

In een recente uispraak heeft een kantonrechter uit Rotterdam bovengenoemde clausule uit de algemene voorwaarden van Tele2 niet toegestaan. De kantonrechter oordeelde dat van een consument niet verwacht kan worden dat hij alle technische aspecten van de randapparatuur (lees: het ISRA-aansluitpunt) kent. Op basis daarvan bepaalt de kantonrechter dat de clausule – die feitelijk tot gevolg heeft dat de consument gedurende de gehele twee jaar het abonnement moet afbetalen, zonder dat hij daarvoor diensten ontvangt – niet geldig is.

Kortom: contract is dus niet altijd contract en de waarde van een handtekening is – zeker als het om algemene voorwaarden gaat – lang niet altijd doorslaggevend. Accepteer dus niet zomaar alles van energiemaatschappijen, telecombedrijven, warenhuizen of andere organisaties die met algemene voorwaarden werken. Als iets in uw optiek niet eerlijk is, dan is de kans aanwezig dat een rechter dat met u eens is. Vraag daarom (gratis) juridisch advies aan de consumentenbond en kom op voor uw rechten!

Voor de liefhebbers een link naar de uitspraak.
lees meer

13-10-2010 | Reageren

Een moskee als signaal van tolerantie en vrijheid

Er is de laatste tijd veel discussie over de plannen van de stad New York om in de buurt van (nee, niet op!) Ground Zero – de plek waar vóór de 9/11 aanslagen de Twin Towers hebben gestaan – een moskee te bouwen. Iedereen lijkt er iets van te vinden. Hierbij ook mijn ‘2 cents’.. om het maar even in Amerikaanse sferen te houden…

Wat betreft de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen van 9/11 zal ik de eerste zijn die toegeeft dat de plannen van New York op zijn zachtst gezegd niet bepaald tactisch zijn. Tegenstanders van de moskee noemen het zelfs een overwinningsgebouw van de terroristen. Dat gaat mij veel te ver en geeft denk ik een verkeerd beeld van de plannen, maar ik kan me voorstellen dat de nabestaanden van de slachtoffers geen prijs stellen op een gebedshuis van de religie die als voeding heeft gediend van de gekte die de terroristen die de aanslagen op hun geweten hebben.

Daarnaast is er natuurlijk de vrijheid van godsdienst: een door voorstanders van de moskee veelvuldig ingeroepen argument. Deze vrijheid brengt met zich dat iedereen het recht heeft een religie naar keuze ‘uit te oefenen’ en daarin niet belemmerd mag worden. Voor een juiste toepassing van dat recht is wat mij betreft niet vereist dat bijvoorbeeld een moskee of kerk gebouwd mag worden waar de initiatiefnemers dat willen. Dat zou wat zijn… is de gemeente Purmerend straks verplicht een kerk of moskee midden op de koemarkt toe te staan omdat de initiatiefnemer zijn vrijheid van godsdienst inroept, of kijk ik straks vanuit mijn slaapkamerraam uit op een tuinhuisachtige kerk of moskee, omdat mijn buurman zijn god gevonden heeft (welke dat ook moge zijn). Zo lang iemand een reële mogelijkheid geboden wordt zijn religie uit te oefenen (met andere woorden: een moskee of kerk ergens in de buurt, in plaats van op een locatie naar keuze) zal van strijd met de vrijheid van godsdienst volgens mij geen sprake zijn. Dit argument houdt wat mij betreft dan ook geen stand.

 Een sterker en voor mij doorslaggevend argument is het signaal dat de VS zouden afgeven met dit project. Enerzijds geven de VS dan blijk van tolerantie, door (volkomen terecht) het standpunt in te nemen dat de Islam niet gelijk staat aan terrorisme. Anderzijds is de bouw van een religieus centrum – dat volgens de beherende stichting “een sfeer van interreligieuze tolerantie en respect zal creëren onder moslims en de VS” – wat mij betreft een goed signaal richting de terroristen die verantwoordelijk zijn voor de 9/11 aanslagen. ‘Wat jullie ook doen en met welk excuus dan ook, onze cultuur van ‘vrijheid en tolerantie’ houdt stand.’

Dat signaal moet voor de slachtoffers van 9/11 en hun nabestaanden toch een best lekker gevoel zijn.

 

Thijs Kroese
tkroesepvda@gmail.com

lees meer

30-08-2010

Meer weblogs entries